Kennelhoest: een ziekte die kan worden voorkomen!

Als uw hond graag plaatsen opzoekt waar veel soortgenoten komen, loopt hij kans op een besmettelijke ziekte, “kennelhoest” genoemd. U kunt dit risico echter sterk verminderen als u hem regelmatig laat inenten tegen de verschillende microben die de ziekte veroorzaken.

Kennelhoest: een kwestie van virussen en bacteriën

Er bestaan verschillende virussen die zich kunnen verspreiden in de luchtwegen van uw hond. Ze hebben een ontsteking van de luchtpijp en de bronchiën tot gevolg, en verhogen de kans op bijkomende virale en bacteriële infecties. Deze superinfectie leidt tot de typische ademhalingssymptomen van kennelhoest. Die wordt vooral veroorzaakt door het zogenaamde canine parainfluenza-virus, het canine adenovirus type 2, het Carré-virus en het canine herpesvirus. De belangrijkste bacterie is de Bordetella bronchiseptica.

Kennelhoest is een zeer besmettelijke ziekte die overgedragen wordt door rechtstreeks contact van hond tot hond; de microben die de ziekte veroorzaken, kunnen immers niet overleven in het buitenmilieu. Uw vriend dreigt de ziekte op te lopen als u hem naar plaatsen brengt waar groepen dieren verblijven (dierenzaken, dierenopvangcentra, hondenscholen, demonstraties, …). Bovendien komt het vaak voor dat mensen een al besmette pup kopen in een dierenzaak. Pups zijn immers bijzonder kwetsbaar voor besmettelijke ziekten als ze niet langer immuun zijn, maar nog niet zijn ingeënt.

Ademhalingssymptomen

Het Carré-virus en het canine adenovirus spelen een rol bij het ontstaan van kennelhoest. Vandaar dat een correct gevaccineerde hond alleen een droge hoest vertoont gedurende één tot drie weken. Is de hond daarentegen niet ingeënt tegen deze ziekten, dan is het syndroom ernstiger en is er ook sprake van koorts en neus- en oogvloed. Kennelhoest is meestal niet ernstig, maar kan toch tot ernstige bronchopneumonie of zelfs tot de dood leiden bij jonge pups. Bovendien kunnen bejaarde of verzwakte honden chronische bronchitis krijgen.

In de meeste gevallen kunnen een hoestmiddel, ontstekingsremmers en antibiotica de infectie overwinnen, afhankelijk van de ernst. Een hoestmiddel is belangrijk, want het zorgt ervoor dat er minder microben uitgescheiden worden via het hoestvocht, waardoor de ziekte minder besmettelijk is. Als de symptomen verdwenen zijn, kan het dier nog wekenlang de ziekte overbrengen. Vandaar dat herstellende honden niet in contact mogen komen met niet-ingeënte dieren.

Een ziekte die kan worden voorkomen

De jaarlijkse vaccins die honden traditioneel krijgen toegediend, beschermen tegen het canine adenovirus type 2, het parainfluenza-virus en de ziekte van Carré. Komt uw hond af en toe op plaatsen waar veel dieren samen zitten, dan moet hij een bijkomend vaccin krijgen tegen de bordetella-bacterie. Twee vaccins bieden bescherming tegen deze bacterie: het ene wordt ingespoten en vereist twee injecties met drie weken tussentijd, het andere moet ingedruppeld worden in de neusgaten van de hond en moet slechts één keer toegediend worden.